Home |Over ons |Agenda |Toernooien |Geschiedenis |Sponsor ons |Links |Contact |Archief |Help |


Nieuws van derden
Schaakproblemen
Fen-code omzetten
Toegankelijke schaakprogrammas
Inloggen
Ledenlijst bekijken
Onze webshop

08-04-2013 Rustig ademhalen en genieten van het spel!.

Ons lid Peter Witteveen kreeg onlangs de erespeld van de KNSB uitgereikt.

De jaren vliegen voorbij.
September 1958 verliet ik het internaat. Nog net geen 19 jaar oud, en ik kon beginnen als telefonist indien ik tenminste een zonnebril wilde dragen.
En huppekee, camouflage in orde, eerste chef tevreden.
Ook mijn hospita raakte in haar nopjes met haar kostganger die ’s morgens naar kantoor verdween en des avonds rustig op zijn kamertje zat. . Goed genoeg om op haar hondje en poezen te passen.
Dat eerste jaar lukte het mij niet een kring van contacten op te bouwen. Ik durfde nauwelijks in mijn eentje de deur uit te gaan.
Van de woesteling die korttevoren nog over het bosrijke terrein van het internaat crosste, was niets meer over.
Zelfs op kantoor verliet ik nimmer mijn werkplek.

Maar toen viel er een engeltje uit de hemel in de persoon van een iet wat norse oudere collega die weinig woorden nodig had om me aan het verstand te peuteren dat ik er opuit moest gaan, wilde ik geen zonderling worden.
De man introduceerde me op zijn schaakclub in Overveen. Hij leerde me de route naar het clubgebouw kennen.
Mijn vader knutselde een aangepast schaakbord in elkaar overeenkomstig de afmetingen van een officieel wedstrijdbord.
Ik kende reeds de loop der stukken. Deze waren nog van het Franse model waarmee Tartakouwer nog een keer gespeeld had toen hij bij mijn opa logeerde tijdens het W.K..-kampioenschap Eeuwe-Aljechin.

Ik wilde niemand tot last zijn; maar, wat te doen met twee knoerten van borden op een nogal smalle lange plank op schragen?.
Roland, zo heette mijn eerste club, was toendertijd niet in staat al haar leden van een tafeltje te voorzien.
Lastiger was nog het transport van mijn aangepast wedstrijdbord. Mijn linkerarm was domweg tekort om het gevaarte te kunnen omklemmen tijdens de wandeling van en naar het clubhuis.
Een reisschaakbordje was de oplossing. Mijn vader toog weer aan het werk in het schuurtje achter zijn huis.

Ik herinner me Roland als een gezellige club. De voorzitter rookte pijp en zag kans, urenlang er de brand in te houden.
Ik leerde er mijn schoonvader kennen voordat ik zijn dochter aan de haak sloeg. Hij zat aan het eerste bord van het Witte Paard en ik aan het laatste van Roland.
Haarlem was in die tijd meerdere schaakclubs rijk.
Al spoedig ging ik mee met het 4e klasteam op oorlogspad.
Het competitieve element van het schaakspel trok mij zeer aan. Eigenlijk doet het dat nog steeds. Bovenal voelde ik me vereerd als ik voor Roland mocht uitkomen.
Maar die keer in Hoofddorp was verschrikkelijk.
Alleen mijn partij liep nog. Vriend en vijand stonden in groten getale erom heen te schuivelen te steunen en te zuchten.
De klok deed zijn werk. En ik, ik zat maar te dubben over de veertigste zet en had niets in de gaten.
Roland ging door de vlag. Door mijn vlag. Ja, zo voel ik dat.

Najaar 1970 verhuisde ik naar Bussum, waar ik drie maanden later reeds Lid werd van BSG. Toendertijd een vereniging van ruim 160 leden in alle klassen vertegenwoordigd.
In mijn tijd schreef Het Bussums’ Schaakgenootschap geschiedenis, waaraan ik mijn hart, vol van politieke belangstelling, kon ophalen.

BSG speelde om de hoogste eer in het vaderland.
Enkele opponenten schaamden zich niet langer meer betaalde spelers op te stellen.
Kon Bussum achterblijven? Er volgde langdurige en felle discussies.
Ik stemde in woord en geschrift principieel tegen. Ik was er zó druk mee bezig, dat ik nauwelijks begrip kon opbrengen voor het democratisch genomen besluit: een financieel contract af te sluiten met een landelijke topschaker.
Ook voor Bussum was de schaamte voorbij.
Hans Bouwmeester werd voor een seizoen aangetrokken. Kosten: F 1500,00.
Dhr. Bouwmeester zou niet alleen spelen, maar ook enkele voordrachten houden.
De tijd heelt wonden. Ook mijn principes werden in de week gezet.
Dhr. Bouwmeester bleek een zeer aimabele heer te zijn en fantastisch instructieve lezingen te kunnen houden.

Het duurde niet lang, of een volgende principiële wending diende zich aan.
Het genootschap diende uit te kijken naar een nieuwe behuizing.
In het centrum van het dorp was een ruim café annex een kegelbaan gevestigd. De loop was er een beetje uit. De eigenaar zag het wel zitten om ons te huisvesten als BSG maar eventjes het meubilair wilde overnemen.
De locatie en geboden ruimte stonden ons wel aan.
De discussie spitste zich toe op de vraag: moeten we eigenaar worden van vele stoelen en tafels.
Ook deze keer kon ik me maar moeilijk schikken naar het standpunt van een grote meerderheid van de leden dat inhield: bezit is gewoon leuk en geen last.
Gelukkig stond ik niet alleen. Alle juristen van BSG waren tegen.
Een vereniging moet je niet opzadelen met opslag- en
onderhoudskosten en dergelijke.

De zeven jaren BSG waren leerzaam en vooral onderhoudend rond een goed voorziene bar.
Ik kreeg op den duur een vaste wisselplaats in het derde en tweede team.
In 1977 verhuisde het gezin Witteveen naar Zeist.

Het ritme had ik weer gauw te pakken en werd lid van Schaakclub Zeist.
Aan de Torenlaan in een voormalig kerkgebouw, bekend bij menige Zeisternaar als het adres waar het Zeister Mannenkoor oefent, vond ik een warme stal.
Het was niettemin toch even wennen aan een ruimte met in symetrische opstelling van pilaren met op scalpeerhoogte, oogstrelende’’ uitsteeksels.
Een joviale handdruk van een zekere Wim Graal stelde je direkt op je gemak.
Ik kom hem nog elke week tegen. Prima zo. Wie zal het langst blijven??

Enige jaren verstreken en ik raakte betrokken bij de oprichting van een schaakclub in Zeist-West.
De Clompion werd toen mijn plek. Lekker dichtbij.
Een gezellig groepje schakers dat plezier en strijdlust uitstraalde, werd een kolfje naar mijn hand.
Ik beleefde nog het tienjarig jubileum onder het motto: “Wie denkt dat hij goed kan schaken, zet zichzelf geregeld mat’’
En, alsof de duivel zich weer met me wilde bemoeien, besloot de meerderheid van de Clompionners kort daarop, het lidmaatschap van de KNSB op te zeggen louter om financieel gewin. Ik was weer eens mordicus tegen.
Wat stond mij te doen?

Precies.
De warme stal was er nog; maar dit keer niet aan de Torenlaan. Vraag me niet, waar precies.
onze club is in mijn tijd al zes keer binnen Zeist verhuisd.
De oudjes zijn er nog!

Peter Witteveen.


terug naar begin van de pagina
Terug naar de nieuwspagina

Einde pagina

     
 
   
 
 

Laat de tekst voorlezen met ReadSpeaker
 

Wijzig weergave van schaakstellingen
Toon als diagram
Toon in woorden
Toon in korte notatie