Home |Over ons |Agenda |Toernooien |Geschiedenis |Sponsor ons |Links |Contact |Archief |Help |


Info ONK2020 (Nederlands)
Deelnemers ONK2020
Info ONK2020 (English)
Nieuws van derden
Schaakproblemen
Fen-code omzetten
Toegankelijke schaakprogrammas
Inloggen
Onze webshop
Privacy reglement

Eindspelfinesses 20: Loper en pion tegen loper II

Auteur: Herman Grooten
Datum: 02-05-2013 08:01
--------------------------------------------------------------------------------
Krijgt u wel eens een eindspel op het bord in uw partijen? En was u tevreden over de afloop? Of knaagde er iets waarvan u later dacht: “Dat had ik anders kunnen spelen?”
Schaaksite biedt een eindspelrubriek aan waarin u uw kennis kunt opfrissen of eventueel uitbreiden. De internationale meesters Twan Burg en Herman Grooten zullen op frequente basis u proberen bij te praten over diverse eindspelfinesses.

We nemen de draad op met het eindspel van loper en pion tegen loper, waarbij de lopers van gelijke kleur zijn. De vorige keer hebben we een paar typerende manoeuvres gezien waarmee de winst in sommige gevallen afgedwongen kan worden. Veel hangt af van de positie van beide koningen en natuurlijk ook hoe ver de vrijpion is opgerukt. Hoe dichter bij de achterlijn, hoe groter de kans op succes. We zullen eerst met een ‘standaardwinststelling’ beginnen waarin wit een pion op b7 heeft. Daarna verplaatsen we alle stukken in het tweede diagram een rijtje naar ‘rechts’. We ontdekken een subtiel verschil dat ook het verschil tussen winst en remise betekent.

Eerst maar even een basisstelling, die al in 1856 door Centurini was uitgeplozen.

Centurini 1856.
Stelling:
Wit: Kc8 Ld8 b7
Zwart: Kc6 Lh2
Wit aan zet

In deze stelling heeft wit maar een manier om te proberen verder te komen. Hij dient de zwarte loper van h2 te verdrijven van de diagonaal b8-h2. Daartoe zal hij proberen zijn loper om te spelen naar veld b8 zodat de vijandelijke loper weg moet.
1. Lh4 Kb6
Zwart steekt een stokje voor het witte winstplan. [Als zwart een tempozet met zijn loper speelt, wint wit als volgt:
1... Le5 2. Lf2 Lh2 3. La7 Lg3 4. Lb8 Lf2 5. Lf4 La7 en nu het grapje 6. Le3! waarna de loper de dekking van veld b8 opgeven.]
2. Lf2+
Wit vervolgt zijn plan.
2... Ka6
De zwarte koning dekt precies op tijd veld a7, zodat het witte plan op het eerste gezicht mislukt lijkt. Nu komt het er op aan een nieuw winstplan te bedenken. Dat bestaat opnieuw uit het verdrijven van de loper van de diagonaal b8-h2.

Stelling:
Wit: Kc8 Lf2 b7
Zwart: Ka6 Lh2
Wit aan zet

3. Lc5!
De enige zet om de winst af te dwingen. Waarom juist dit veld zo cruciaal is, kunnen we zien als we een andere loperzet proberen. Dat wit deze briljante zet nodig heeft, blijkt uit een paar voorbeelden als we iets andere proberen.
Als wit zijn loper begeeft naar d8 om op c7 een zogenaamde 'brug' te bouwen, is zwart weer precies op tijd om de loper van veld c7 te houden. 3. Lh4 Kb6 4. Ld8+ Kc6 en opnieuw kan er geen progressie geboekt worden. Wit zal dus ergens een tempo moeten winnen, zodat de zwarte koning niet op tijd de velden c6 of a6 kan bereiken.
Als wit een 'wachtzet' (=tempozet) speelt met bijvoorbeeld 3. Le3? verdedigt zwart zich met 3... Ld6! Dat juist dit de enige zet is blijkt uit de volgende variant: [Niet 3... Lg3? 4. Lg5 Kb6 5. Ld8+ Kc6 6. Lh4 en nu bereikt wit met tempo de andere diagonaal. 6... Lh2 7. Lf2 Zwart kan de loper niet meer van a7 afhouden. 7... Lf4 8. La7 Lh2 9. Lb8 Lg1 10. Lg3 La7 Het kunstje is nu bekend: 11. Lf2 met winst.] 4. Lg5 Het tweede plan is opgepakt. 4... Kb6 5. Ld8+ Kc6 Zwart heeft het plan opnieuw doorkruist. Doordat hij nu echter het veld h2 (waar de loper zich mooi had verstopt) heeft moeten verlaten, kan wit een tempo winnen om te proberen naar a7 te komen. 6. Le7 Dat moet het idee zijn. 6... Lh2 De loper keert terug naar zijn schuilplaats. Nu blijkt dat veld e3 het juiste veld is geweest. Wit kan niet via c5 naar a7 komen omdat de zwarte koning dat veld onder controle heeft. We keren nu terug naar de hoofdvariant.
3... Lg3
De loper moet zijn schuilplaats verlaten. Het maak nu niet uit of hij naar e5, f4, of g3 een zet doet.
4. Le7
Het tweede onderdeel van het winstplan wordt nagestreefd, de loper is op weg naar d8 voor een 'brug'.
4... Kb6 5. Ld8+ Kc6

Stelling:
Wit: Kc8 Ld8 b7
Zwart: Kc6 Lg3
Wit aan zet

Tot dusver lijkt zwart zich allemaal adequaat verdedigd te hebben. Het enige verschil met de uitgangsstelling is dat de zwarte loper niet op h2 staat maar op g3 (had ook e5 of f4 kunnen zijn). En dat ogenschijnlijke subtiele verschil maakt het verschil tussen winst en remise uit!
6. Lh4!
Daarmee wint wit het essentiële tempo om zijn oorspronkelijke winstplan te realiseren.
6... Lh2 7. Lf2 Kb5 8. La7 Ka6 9. Lb8 Lg1 10. Lf4 La7

Stelling:
Wit: Kc8 Lf4 b7
Zwart: Ka6 La7
Wit aan zet

11. Le3!
En het is uit.
1-0

Constructiestelling HG 2013
Stelling:
Wit: Kd8 Le8 c7
Zwart: Kd6 Lh3
Wit aan zet

We hebben de stukken uit de eerste diagramstelling allemaal een lijntje naar 'rechts' verschoven. De diagonaal c8-h3 is met een veld ingekort, maar daar staat tegenover dat de andere diagonaal a6-c8 met een veld is verlengd. En dat verschil blijkt opnieuw het verschil tussen winst en remise. We proberen analoog aan het eerste voorbeeld de winst af te dwingen.
1. Lh5 Kc6 2. Lf3+ Kb6 3. Ld5
Dezelfde type tempozet als in de vorige stelling.
3... Lg4 4. Lf7 Kc6 5. Le8+ Kd6

Stelling:
Wit: Kd8 Le8 c7
Zwart: Kd6 Lg4
Wit aan zet

6. Lh5
Opnieuw winnen we nu een tempo.
6... Lh3 7. Le2 Lf5 8. La6 Lg4 9. Lc8
De loper wordt van de diagonaal c8-h3 verdreven.
9... Lf3 10. Lh3 Lb7

Stelling:
Wit: Kd8 Lh3 c7
Zwart: Kd6 Lb7
Wit aan zet

11. Lg2
Dit trucje was voldoende in het vorige voorbeeld om de promotie van de pion af te dwingen. Maar nu blijkt de diagonaal a6-c8 lang genoeg! Een slimme zet als 11. Lf1 helpt ook niet als zwart maar goed reageert. 11... Ke6 met remise. De diagonaal a6-c8 is net lang genoeg. 12. Lh3+ Kd6 13. Lc8 Lg2 14. La6 Lh3 En het is duidelijk dat wit niet verder kan komen.
11... La6
Met remise!
½ - ½

Beasley 2001
Stelling:
Wit: Kc6 Lc5 b2
Zwart: Ka5 Ld8
Wit aan zet

Deze stelling lijkt op het oog remise. De witte pion staat nog op zijn uitgangsveld en zal voor een eventuele winstvoering helemaal naar de overkant moeten lopen.
1. b3!
Een geweldige wachtzet waardoor zwart belangrijk terrein moet prijsgeven. Niet 1. b4+ Ka4 2. b5 Ka5 en wit kan niet werken met Lc5-c6.
1... Lf6
De loper moet de voor hem mooi diagonaal a5-d8 verlaten. Leuk lijkt 1... Lb6 2. b4+ Ka6 maar na 3. b5+ is het toch gedaan. Overigens niet 3. Lxb6?? wegens pat.
Na 1... Ka6 volgt 2. b4.
2. b4+
De pion gaat nu snel naar voren.
2... Ka4
2... Ka6 3. Lb6.
3. b5

Stelling:
Wit: Kc6 Lc5 b5
Zwart: Ka4 Lf6
Zwart aan zet

3… Ld8
Dat moet, omdat het anders sneller gebeurd is met zwart. Nu de zwarte koning niet op a5 staat, kan de loper echter verdreven worden.
4. Lb6 Lf6 5. Lc7 Ld4 6. Ld6
Met een nieuwe 'brug' op c5 komt wit weer verder.
6... Ka5 7. Lc5 Le5 8. b6 Ka6 9. b7
De pion staat op b7, nu moet er een 'brug' gebouwd worden op veld c7.
9... Lf4 10. Lb6 Lb8

Stelling:
Wit: Kc6 Lb6 b7
Zwart: Ka6 Lb8
Wit aan zet

11. Ld8!
De meest nauwkeurige. Zwart wordt in tempodwang gebracht. 11. Lc7 kan ook, maar is minder handig.
11... Ka7
Nu faalt 11... Lg3 op 12. Lc7 en na 11... La7 12. Lc7 is zwart ook in tempodwang.
12. Lc7
En nu wint het pionneneindspel.
1-0

Het is natuurlijk interessant om te zien hoe een speler met dergelijke kennis in het achterhoofd zich mag inlaten op een lopereindspel. Ik kwam een eindspel uit de praktijk tegen tussen de Duitse grootmeester Kindermann en onze eigen Loek van Wely. Zwart weet op instructieve wijze een zeer remise-achtig eindspel - op ‘Ausdauer’, maar
ook door een beter inzicht - nog tot winst te voeren.

(Foto Jos Sutmuller)
Kindermann, Stefan - Van Wely, Loek, Bundesliga 1997/1998.
Stelling:
Wit: Kg1 Ta6 Le3 d3 g2 h2
Zwart: Kg8 Tf8 Lb2 b5 g6 h7
Zwart aan zet

Het lijkt heel weinig wat zwart heeft, maar Van Wely weet van weinig iets te maken en van iets een heleboel later!
28... Tb8!
Toren achter de vrijpion.
29. Kf2 b4 30. Ke2 b3 31. Tb6 Txb6 32. Lxb6

Stelling:
Wit: Ke2 Lb6 d3 g2 h2
Zwart: Kg8 Lb2 b3 g6 h7
Zwart aan zet

Wit opteert voor het lopereindspel omdat het andere eindspel kansloos is. Nu heeft zwart twee voordelen: verst verwijderde vrijpion en koning in het centrum (die moet er nog komen overigens).
32... Lc1 33. Kd1 Lh6 34. h3 Kf7 35. Lc5 Ke6 36. Lf2 Kd5
De koning staat er.
37. La7 Kc6 38. Ld4 Kb5 39. Lc3 Kc5 40. Le5 Le3 41. Lg7 Kb4

Stelling:
Wit: Kd1 Lg7 d3 g2 h3
Zwart: Kb4 Le3 b3 g6 h7
Wit aan zet

42. Lb2
Gedwongen, want als de koning "erlangs" komt via a3 beslist de zwarte b-pion. 42. Lf6 Ka3 43. Le5 Ka2 en wint.
42... Ka4
Zwart beoogt naar een pionneneindspel af te wikkelen door met La3 te gaan werken.

Stelling:
Wit: Kd1 Lb2 d3 g2 h3
Zwart: Ka4 Le3 b3 g6 h7
Wit aan zet

43. d4?!
Daarmee geeft wit de nodige witte velden prijs en tevens verzwakt hij zijn d-pion. Mogelijk lijkt nog 43. Ke2 Lc5 44. Kd2 Lb4+ 45. Kc1 La3 46. d4 Ld6 [46... Lxb2+ 47. Kxb2 Kb4 48. d5 Kc5 49. Kxb3 Kxd5 wint nog net niet voor zwart.] 47. Kd2 h5 en het is nog niet helemaal duidelijk.
43... Lf4 44. Ke2 Ld6 45. Kd3 La3 46. Kc3 h5 47. d5 h4 48. La1 Le7 49. Kd3
49. Kc4 Ka3 .
49... Ka3 50. Ke4

Stelling:
Wit: Ke4 La1 d5 g2 h3
Zwart: Ka3 Le7 b3 g6 h4
Zwart aan zet

50… Ld6!
Zwart heeft goed gezien dat hij één pion overhoudt op de koningsvleugel die niet afgeruild kan worden.
51. Kf3 g5 52. Kg4 Lf4 53. Lf6 b2 54. Lxb2+ Kxb2 55. d6 Lxd6 56. Kxg5 Lg3 57. Kg4 Kc2 58. Kf3 Kd2 59. Ke4 Ke2 60. Kf5

Stelling:
Wit: Kf5 g2 h3
Zwart: Ke2 Lg3 h4
Zwart aan zet

60… Kf2 0-1

Tijd voor de gebruikelijke opgave in deze rubriek.

OPGAVE
Stelling:
Wit: Kd6 Le6 b6
Zwart: Kd8 La6
Wit aan zet

Onderwerpen in de rubriek: Eindspelen


Klik op 1 van onderstaande onderwerpen
00 eindspeltips introductie
01 eindspeltips 1 dame tegen pion
02 eindspeltips de achtergebleven pion
03 eindspeltips toren tegen pion
04 eindspeltips de actieve toren
05 eindspeltips paard tegen pion
06 eindspeltips loper tegen pionnen
07 eindspeltips de strijd van stukken tegen elkaar I
08 eindspeltips spelen tegen een dubbelpion
09 eindspeltips de strijd van stukken tegen elkaar ii
10 eindspeltips de strijd van stukken tegen elkaar 3
11 eindspeltips - mat zetten met loper en paard
12 eindspeltips het loperpaar
20 eindspeltips loper en pion tegen loper
eindspel quiz van chesscafe

Rubrieken in de hoofdrubriek Schaaktheorie: openingen en eindspelen

Klik op 1 van onderstaande rubrieken
Eindspelen
Openingen

Overzicht van hoofdrubrieken

Klik op 1 van onderstaande hoofdrubrieken om de rubrieken in die hoofdrubriek te zien:

Open schaaktoernooien voor vips
Niet ingedeelde rubrieken
Geschikt/aangepast schaakmateriaal, software, boeken
Niet open schaaktoernooien voor vips
Schaaktheorie: openingen en eindspelen
info over de NSVG
Alle rubrieken


terug naar begin van de pagina
Terug naar de nieuwspagina

Einde pagina

     
 
   
 
 

Laat de tekst voorlezen met ReadSpeaker
 

Wijzig weergave van schaakstellingen
Toon als diagram
Toon in woorden
Toon in korte notatie